'Overal duiken restaurants op, maar rendement staat onder druk'

‘Overal duiken restaurants op, maar rendement staat onder druk’

Nog nooit doken er zoveel restaurants en eetgelegenheden in de binnensteden op als nu. Ondertussen staan de rendementen van veel horecazaken onder druk. Moeten we ons zorgen maken? Welke horecazaken hebben potentie? We spraken met Jan-Willem Grievink van kennisplatform Foodservice Instituut Nederland en Henk Sluiter van Adhoc Horecamakelaars. 

Foodservice Instituut Nederland (FSIN) bracht begin dit jaar de Foodshopper monitor 2020 naar buiten. Het beeld dat in dit rapport wordt geschetst, is niet mals. De branche zette weliswaar 3 miljard euro meer om dan vorig jaar, het rendement van kroegen en restaurants in (middel)grote steden staat onder druk. ‘Een groot deel van de omzetgroei wordt veroorzaakt door de btw-verhoging. Daar komt bij dat de kosten in deze sector oplopen, onder andere vanwege het beperkte aanbod in goed personeel. Als het economisch tij kantelt, vallen hier dus beslist slachtoffers’, beweert Jan-Willem Grievink.

 

Volgens de directeur van het FSIN liep het aantal vestigingen het afgelopen decennium in  heel Nederland met ongeveer zestien procent op. In steden zoals Almere, Eindhoven, Tilburg en Utrecht zelfs met meer dan dertig procent. Eind 2019 telde Nederland 42.655 eet- en drinkgelegenheden. Die toename heeft deels te maken met de huidige situatie in retail. Nu steeds meer consumenten hun aankopen online doen, is dat voor hen geen reden meer om in de auto te stappen. Eten, drinken en beleven daarentegen, zijn dat wel. Een interessante ontwikkeling, zolang deze maar in balans blijft. En dat evenwicht zijn we, zo menen de twee deskundigen, een beetje kwijt. 

Horecazaken en consumptie uit balans

‘Je ziet dat sommige gemeentes hun planologisch beleid wagenwijd openzetten voor horeca. Liever dat dan leegstand. Zelfs B en C-locaties worden makkelijk met horeca opgevuld’, aldus Henk Sluiter. Als directeur en horecamakelaar bij Adhoc biedt hij met zijn kennis een helpende hand voor onder andere vastgoedbeleggers. ‘Kijk naar Rotterdam, daar is het bijvoorbeeld erg hard gegaan. Nu het economisch goed gaat, eten we vaak buiten de deur. Toch groeit het aantal horecazaken harder dan de consumptie. Dat wringt soms.'

Ook Grievink bevestigt dat het evenwicht ontbreekt. ‘De markt is oververzadigd. Inwoners van België en Mediterrane landen zien buiten de deur eten als volwaardig alternatief. Nederlanders zijn nog steeds vooral thuismensen. We kunnen wel elk leegstaand pand opvullen met horeca, maar we moeten vooral goed kijken of deze zaken ook inspringen op de vraag.’

Duidelijke formules

Die vraag draait bij millennials steeds meer om snelheid en gemak. In de foodmonitor wordt niet voor niets op de wens van de gemaksgeneratie ingezoomd: een generatie die jaarlijks €1500 aan eten buiten de deur uitgeeft, waar dit bij babyboomers gemiddeld €519 is. Ketens doen het vanwege dit gemaks-element ontzettend goed, meent Grievink. ‘Happy Italy bijvoorbeeld, is een groot restaurant dat niet heel groot oogt, waar het wel gezellig is en waar de prijs-kwaliteitverhouding goed is. Eten onder de 12 euro is onder deze generatie hip. Het voldoet aan de normen die jongeren stellen.’

Ketens blijven ook om een andere reden makkelijker overeind dan eenpitters, stelt Grievink. ‘Ze werken enorm efficiënt en kopen zowel goederen als inventaris met korting in.  Denk aan Loetje of Spaghetteria, die hun concept en menukaart één op één kopiëren. Kleinere ondernemers hebben dit voordeel niet, een btw-verhoging komt daar harder aan. Het tekort aan goed personeel is hier bovendien beter voelbaar: door procesessen te standaardiseren, heb je bij formules verhoudingsgewijs minder personeel nodig.

Sluiter vult aan dat consumenten herkenbaarheid prachtig vinden: ‘Je moet tegenwoordig een duidelijk standpunt innemen. Wat bied je, waar sta je voor? Twee decennia geleden zagen we in retailland dat herkenbaarheid goed werkt, de horeca loopt daar nu achteraan. Op de expansielijst staan nu meer dan 100 formules, dat zegt in mijn optiek genoeg.’

Expertise vereist

De vraag rijst daarmee of kleine restaurants over een paar jaar helemaal uit het straatbeeld verdwijnen. ‘Absoluut niet, beweren beide horecakenners. Volgens Grievink blijft er altijd een verschil tussen functionele horeca – de formules -  en uit eten horeca. ‘De Lekker-500 bedrijven, die van eten een ware beleving maken, legt Grievink uit. ‘Die overleven het wel.’

Tien jaar geleden werd er nog lang niet zo veel belegd in horecapanden. Dat is nu anders, meent Sluiter. ‘Het risico op leegstand bij horeca is lager dan bij retail, zeker op A-locaties. Dat komt door het kapitaalintensieve karakter. Er zijn veel technische voorzieningen nodig om van start te kunnen gaan. Als het mis gaat, zal een horeca-ondernemer er alles aan doen om zijn bedrijf of middelen te verkopen of een huurcontract over te dragen aan een ander. Uiteraard is niks zeker in vastgoed is, ook niet als het om horecapanden gaat. ‘Maar feit blijft dat je buiten huis toch echt naar een restaurant of bar moet om te eten of drinken.'

RNHB biedt alleen financiering. We geven geen advies en bemiddelen niet tussen partijen.

Horecapand
Een horecapand kopen om te verhuren?

Lees meer...

Meer achtergrond?
'Onontgonnen, maar zeker niet oninteressant'

Lees meer...

Focus op vastgoed

Het belangrijkste nieuws, automatisch in uw mailbox?

Als u zich aanmeldt voor onze nieuwsbrief, ontvangt u ieder kwartaal een update met blogs over vastgoedinvesteringen, onze visie op de markt en de laatste rente-updates.

 Blogs over investeren in vastgoed

 Rente-updates

 Markt-updates

 

Meld u aan